Degué

David Guéron, van Turkse komaf en voormalig strijder in het Franse vreemdelingen legioen, was de oprichter van de "Cristalleries De Compiégne". Deze glasfabriek produceerde voornamelijk huishoudelijk glas in de begin jaren '20. David Guéron kwam er snel achter dat hij meer wilde met zijn capaciteiten in de glasindustrie.

In 1926 richtte hij een nieuwe fabriek op, die hij "Verrerie D'Art Degué" noemde en stortte zich volledig op het ontwerpen en produceren van luxe Art Deco kunstglas. De fabriek was gelokaliseerd aan de "Boulevard Malesherbes" en zijn showroom lag op "41 rue de Paris". Guéron vervaardigde met name vazen, lampen en lichtkoepels. Zijn glas stond vooral bekend om de mooie diepe kleuren die hij bereikte via een speciaal procédé (vooral rood, oranje, geel en groen).




Luchter "Verrerie D'Art Degué", 1927

Guéron maakte zich echter ook schuldig aan het kopiëren van ontwerpen van andere succesvolle glaskunstenaars, zoals Daum, Gallé, Muller Frères en Schneider. Men kan van imitatie stellen dat het de hoogste vorm is van vleierij, echter Schneider zag dit even iets anders en spande een rechtzaak tegen Degué aan, die overigens niet alleen Schneider veelvuldig imiteerde, maar ook enige glasarbeiders wist los te weken uit de fabriek van Schneider. Schneider wist weliswaar de rechtzaak te winnen, maar de langdurige rechtzaak
(1926 - 1932) kostte beide firma's klauwen met geld en het scheelde niet veel of ze hadden beide de deuren moeten sluiten. Toen de 2e Wereldoorlog uitbrak sloot David Guéron alsnog zijn fabriek en vluchtte naar het buitenland. Hij werd in 1949 voor het laatst gezien in Parijs. De oude fabriek bestaat nog steeds in Compiegne, waar tegenwoordig een tegelbedrijf in zit. Op de muren in de kelder treft men nog glasresten aan.

 Site Meter